“We plagen en kletsen wat af”

Een groep bange mensen dobbert in een overvolle rubberboot op de Middellandse Zee. Het is aardedonker. De 27-jarige Adam Alhalabi kijkt om zich heen. Af en toe vang hij een glimp op van een van de 45 opvarenden. Een oude vrouw heeft het hoofd gebogen; ze prevelt gebeden. Een jonge man tuurt ingespannen naar de horizon. Een baby huilt hartverscheurend.

Wie het kantoor aan het begin van de week belt hoort een vrolijke stem: “Goedemorgen, met In Balans”. Het is de stem van Adam, administratief ondersteuner en een van de talloze mensen die de oorlog ontvluchtte.

Wie Adam nu ontmoet, met de telefoon in de ene en een kopje koffie in de andere hand, kan zich moeilijk voorstellen dat hij drie jaar geleden nog op stranden en in portieken sliep.

Kogelregen
Het moment op de Middellandse Zee, drie jaar geleden, staat nog altijd op Adams netvlies gebrand. “Ik keek naar de mede-opvarenden en vroeg me af: ‘Wie zal ik als eerste redden als de boot omslaat?’ Toen bedacht ik me dat er bij een ongeluk weinig te redden valt. We zouden door haaien worden opgegeten of door onderkoeling en vermoeidheid verdrinken.”
Adam leidde een mooi leven in Syrië, met een lieve familie en vrienden en een goede baan als accountant. “Ons huis was comfortabel; mijn vader werkte hard om zijn vier winkels draaiende te houden. Soms reed ik met vrienden op vrijdagavond in een opwelling naar het zuiden, of naar Libanon. Lekker naar het strand; een kratje bier en een fles whisky achterin.”

“De oorlog begon in 2011. In het begin was ik geschokt. Opeens vlogen er kogels door de straat en hoorden we bommen ontploffen. Maar gek genoeg wende het snel. Het werd normaal om langs een kogelregen naar mijn werk te reizen. “

Toen werd Adam opgeroepen voor de militaire dienst. “Het was totale chaos en iedereen vocht met iedereen. Zou ik als soldaat mijn eigen mensen of vrienden moeten doden? Waarschijnlijk wel. Ik besloot te vluchten.”

Doodsangst
Terwijl hij naar de sterren keek en terugdacht aan zijn leven in Damascus, voelde Adam dat hij niet alleen was. Hij realiseerde zich, in zijn doodsangst, dat God echt bestaat. “Ik ben nu een vluchteling en weet niet wat er met me gaat gebeuren”, bad hij, “maar U staat naast mij en ik ben U dankbaar.”

De reis naar Nederland duurde in totaal 24 dagen.
Het lukte Adam in twee jaar de taal onder de knie te krijgen. “Gelukkig ben ik sociaal ingesteld en vind het niet erg om fouten te maken, zodat het supersnel ging.”
Op de website van ‘Zwolle Doet’ kwam Adam een advertentie voor administratief ondersteunener bij In Balans tegen. Het intakegesprek ging goed en hij kon al snel aan de slag. Hoewel Adam in Syrië als accountant in grote bedrijven werkte, vond hij het erg spannend om bij In Balans de telefoon op te nemen. “Nooit geweten dat telefoneren zo vermoeiend kan zijn!” zegt Adam, “je moet zó goed luisteren en sommige mensen praten zó snel!”

Behalve het beantwoorden van de telefoon brengt Adam de boekhouding op orde. In Balans biedt hem structuur en discipline. Ook geniet Adam van de goede sfeer op de werkvloer. Als hij klaar is met zijn werk loopt Adam het liefst even bij het Kledingatelier binnen. “De collega’s daar zijn heel grappig; we plagen elkaar en kletsen wat af.”
Hoewel hij het bij In Balans goed naar zijn zin heeft wil Adam het liefst doorgroeien naar een betaalde baan in de financiële sector.

Adam huurt een flatje in Zwolle, maar hij er zelden te vinden. “Het liefst ben ik onder de mensen – ik hou van gezelligheid. Eigenlijk gebruik ik mijn huis als hotel, ik slaap er en dat is het.”

Makkelijk is het niet altijd. Alleen, ver van huis en familie. “Ik kan niet voor honderd procent genieten van mijn nieuwe leven. Ik mis mijn dierbaren elke dag.” Adam wil zelfstandig ondernemer worden maar zijn grootste droom is om zijn ouders en broer weer te zien.

Adam vindt steun bij zijn geloof. “Ik volg geen enkele religie, maar geloof in God. Hij is de grote, zuivere energie die mij kracht geeft.”


Volgend verhaal

Top